De directeur en de begeleiders van een kindercentrum in Kent wilden hun buitenruimte opnieuw inrichten. Om rekening te kunnen houden met de mening van drie- en vierjarigen, maakte ik gebruik van de mozaïekmethode, een onderzoeksmethode die een beeld schetst van het dagelijks leven vanuit het perspectief van een kind. Mijn onderzoek 'Spaces to play', was een samenwerking tussen de onderzoekscel van het Thomas Coram Instituut en 'Learning through Landscapes', een Engelse privé-instelling die voorzieningen voor kinderen helpt bij het inrichten en onderhouden van hun buitenruimte.
Het perspectief van het kind
Na enkele dagen van observatie reflecteerden kinderen en volwassenen over hoe zij het kindercentrum ervoeren. Ze deden dat op verschillende manieren. De kinderen fotografeerden wat zij belangrijk vonden buiten: speelobjecten, vrienden, begeleiders en details uit de omgeving, zoals de lucht of de bladeren aan de bomen. Ze gebruikten deze foto's om een persoonlijk boek over de buitenruimte te maken. Ook gaven ze rondleidingen. Tijdens deze rondleiding lieten ze mij de plaatsen zien waar ze samen speelden, zoals het speelhuisje. Ook leerden ze mij dat bepaalde elementen - de kiezelstenen rond het gebouw bijvoorbeeld - belangrijk voor hen waren. De kinderen maakten foto's, waarmee ze later collages maakten. Deze collages werden opgehangen in het kindercentrum, zodat iedereen erover kon praten. Aan de hand van beelden van hun ruimere omgeving - het stadscentrum, parken en dergelijke - werd gesproken over plaatsen die zij belangrijk vonden.
In een interview vertelden kinderen en de volwassenen mij over hun gevoelens ten opzichte van de bestaande ruimte en deden ze suggesties voor verandering.
Van praten naar handelen
De opmerkingen en de foto's van de kinderen werden samengebracht in een boek. Dat werd bekeken, gelezen en besproken door een groep begeleiders en kinderen en een medewerker van 'Learning through Landscapes'. Op basis van die gesprekken werd de omgeving in vier categorieën ingedeeld: plaatsen om te behouden, om uit te breiden, te veranderen en toe te voegen.
Plaatsen om te behouden
Er was heel duidelijk gebleken welke plaatsen voor de kinderen belangrijk waren. Ze waren bijvoorbeeld erg gehecht aan de rupsvormige tunnel omdat ze zich erin konden verstoppen, erdoor konden gluren, erop konden balanceren of eraf konden springen.
Plaatsen om uit te breiden
Sommige elementen van de buitenruimte leidden tot spanningen tussen kinderen en volwassenen. Het speelhuisje bijvoorbeeld werd gewaardeerd door de kinderen, terwijl de volwassenen het te klein vonden.
Plaatsen om te veranderen
Sommige elementen smeekten om verandering. Dat gold bijvoorbeeld voor het hek rond de speelplaats. De kinderen begrepen wel waarom de omheining nodig was. 'Om vreemden en stoute mensen buiten te houden,' vertelde een vierjarige jongen me. Toch maakten de foto's en de collages aan de volwassenen duidelijk dat het hek zeer erg angstaanjagend was voor kleine kinderen.
Plaatsen om toe te voegen
Uit een gedetailleerde analyse van de antwoorden van kinderen en volwassenen bleek dat er nog het een en ander ontbrak. Zo was de zandbak binnen bijvoorbeeld het meest populaire element, terwijl er buiten geen zandbak was.
Een groep ouders gebruikte deze bevindingen om aanpassingen te doen aan de buitenruimte. Ze maakten borden vast aan het hek waar de kinderen op konden verven of krijten en ze zorgden voor een zandbak buiten.
Bij ieder ontwerpproject moeten vele stemmen worden gehoord. Wanneer de discussie op gang komt, worden de verschillende standpunten van volwassenen en kinderen vaak zichtbaar. Toch kan dit ook leiden tot nieuwe ideeën. De begeleiders waren geen voorstander van het speelhuisje en wilden het graag verwijderen, maar voor de kinderen was het juist heel erg belangrijk. Het was een ruimte waar ze samen konden ontspannen en waar ze hun fantasie de vrije loop konden laten. Daarom werd besloten om de beschikbare speelruimte voor het bouwen van huisjes uit te breiden.
Dit onderzoek toont aan hoe belangrijk het is om rekening te houden met de wensen en ideeën van kleuters in het ontwerpproces. Dankzij de mozaïekmethode kunnen begeleiders het perspectief van kleuters 'zichtbaar' maken en het onder de aandacht brengen van de volwassenen die zich bezighouden met de inrichting van ruimtes voor jonge kinderen. Het zou een belangrijke stap vooruit betekenen als er een ontwerpcultuur zou ontstaan die het standpunt van de jongste gebruikers van ruimtes erkent en respecteert. Als kleuters, begeleiders, vormgevers en architecten nieuwe manieren vinden om met elkaar te communiceren, dan kan dat leiden tot opwindende mogelijkheden op het gebied van architectuur en design.
Alison Clark is onderzoekster aan de Thomas Coram Research Unit van het Institute of Education, University of London.
Het onderzoek 'Spaces to play' en de mozaïekmethode
De mozaïekmethode schetst een beeld van het dagelijks leven vanuit het perspectief van kleuters. Daarbij wordt een scala aan visuele en verbale middelen en technieken ingezet: observatie, interviews, fotografie, het maken van collages enzovoorts. De mozaïekmethode werd in dit onderzoek gebruikt om te luisteren naar de kinderen en te handelen vanuit hun perspectief.
Bij het onderzoek, dat liep van september 2003 tot februari 2004, waren achtentwintig drie- en vierjarigen betrokken. De studie werd gefinancierd door The Carnegie UK Trust en de Bernard van Leer Foundation. Het onderzoek gaf aanleiding tot een driejarig project om het perspectief van jonge kinderen te betrekken bij het bouwen van nieuwe voorzieningen en het herinrichten van bestaande binnen- en buitenruimtes.
Voor meer info over de mozaïekmethode zie: 'Jonge kinderen als deskundigen. Luisteren met de mozaïekmethode' van Alison Clark in het eerste nummer van Kinderen in Europa (KIDDO 6, 2001, pagina 15-18).




