Leoniek van der Maarel, rouwspecialist, psycholoog en orthopedagoog, legt uit dat voor kinderen tot ongeveer 6 jaar de dood moeilijk te bevatten is. ‘Jonge kinderen hebben nog geen tijdsbegrip en daardoor ontbreken de cognitieve vermogens om de woorden “nooit meer” te bevatten. Ze hebben niet goed door dat de overledene echt nooit meer terugkomt. Maanden na de dood van opa kan een jong kind bijvoorbeeld gerust vragen of opa op zijn verjaardag komt. Jonge kinderen hebben vaak meer last van het verdriet in hun omgeving, dan van het daadwerkelijke gemis van de overledene. Voor oudere kinderen is dat anders. Zij beseffen steeds beter wat de dood inhoudt. Toch zie je dat het rouwproces ook bij hen anders verloopt dan bij volwassenen. Kinderen op bijvoorbeeld de BSO kunnen snel schakelen tussen plezier en verdriet, ze leven heel erg in het nu. Daar kunnen volwassenen nog wat van leren!’
Veiligheid onder druk
Baby’s en dreumesen kunnen niet met woorden uitleggen wat ze voelen, maar ze pikken wel degelijk spanning en verdriet op uit hun omgeving. Leoniek: ‘Als er thuis veel onrust en verdriet is vanwege een overlijden, is het belangrijk dat er bij de gastouder of in het kinderdagverblijf rust en regelmaat is. Baby’s en heel jonge kinderen hebben voorspelbaarheid en continuïteit nodig. Dat zorgt voor een gevoel van veiligheid, iets dat thuis even ontbreekt omdat de ouders in rouw zijn en niet meer op de gebruikelijke manier interacteren met hun kind. Je kunt als gastouder of pedagogisch medewerker de ouders voorstellen om gebruik te maken van extra dagen opvang. Dat biedt even meer rust dan de thuissituatie.’
Lees verder via Kinderopvang Kennis, word abonnee of bestel hier het nummer in print.



