Het is halverwege de ochtend en nog voor je echt bewust kijkt, voel je het al in de ruimte, alsof er iets verschuift wat je niet meteen kunt benoemen maar wel direct herkent. Stoelen die schuiven, kinderen die door elkaar bewegen, een stem die net iets harder klinkt dan nodig is en ergens iets dat op de grond valt; het zijn losse momenten die samen iets vormen wat je niet kunt negeren: het wordt onrustig.
En vaak zeggen we dan: ‘Ze zijn vandaag echt druk.’ Maar als je iets langer erbij stilstaat, merk je misschien dat het niet alleen gaat over drukte, maar over hoe alles tegelijk binnenkomt en hoeveel een kind op zo’n moment eigenlijk moet verwerken voordat het nog kan spelen, luisteren of schakelen.
Intens en overweldigend
In een groep gebeurt namelijk voortdurend iets. Geluiden lopen door elkaar heen, kinderen bewegen langs elkaar heen, materialen zijn zichtbaar aanwezig, er wordt iets van je verwacht en intussen gaat de dag gewoon door. Voor veel kinderen is dat precies wat ze nodig hebben om te spelen, te ontdekken en te leren. Maar voor een andere groep kinderen is datzelfde juist heel intens en soms zelfs overweldigend. Soms zie je een kind dat blijft rondlopen en moeilijk tot spel komt, soms zie je een kind dat steeds harder gaat praten of sneller reageert dan je verwacht, en soms zie je juist een kind dat stiller wordt, zich terugtrekt of ineens boos reageert op iets kleins.
We geven daar vaak woorden aan als druk, onrustig of lastig gedrag, maar als je er even langer naar kijkt, voel je ook dat deze woorden niet altijd de lading dekken. Want wat als dit gedrag geen probleem is dat opgelost moet worden, maar een signaal dat er iets niet past bij wat een kind op dat moment aankan?
Ruimte om te schakelen
Wat daaronder ligt, heeft alles te maken met hoe kinderen prikkels verwerken, en dat is iets wat de hele dag door gebeurt zonder dat een kind daarover bewust nadenkt. Sensorische informatieverwerking betekent dat alles wat een kind ziet, hoort, voelt en ervaart binnenkomt, wordt verwerkt en een plek moet krijgen, zodat er ruimte overblijft om te spelen, contact te maken en te reageren op wat de omgeving vraagt. De beweging van een ander kind vlak naast je, het geluid van stemmen, het gevoel van kleding of de overgang van vrij spel naar een gezamenlijke activiteit; het zijn allemaal prikkels die tegelijk binnenkomen en samen bepalen hoe een kind zich voelt en wat het kan laten zien.
Lees verder via Kinderopvang Kennis, word abonnee of bestel hier het nummer in print.






